Ga naar de inhoud

Broeder op een zusterpost

19 februari 2019 Leestijd:

Joost werkt als verpleegkundig zorgcoördinator op een afdeling voor jonge mensen met dementie. Als Broeder Joost blogt hij over zijn ervaringen en schrijft hij ook maandelijks een gastblog voor ons. Deze keer beschrijft hij hoe het is om als man voornamelijk vrouwelijke collega's te hebben.

Sinds de zomer van 2012 mag ik mijzelf verpleegkundige noemen. Aan de achterkant van mijn diploma staan wat kleine lettertjes die ik destijds over het hoofd heb gezien. Ik ben namelijk niet zomaar een verpleegkundige, ik ben een 'mannelijke verpleegkundige'. En dan worden er andere dingen van je gevraagd dan van vrouwelijke collega’s.

Voor ik dit betoog verder voortzet, laat één ding duidelijk zijn: ik ben heel blij met mijn vrouwelijke collega’s. Ik ben ervan overtuigd dat als ik alleen maar mannelijke collega’s had gehad, de woning meer een bouwkeet zou zijn geweest dan een onderdeel van een verpleeginstelling. Andersom is het ook niet ideaal: een team van enkel vrouwen. Met wie moeten ik en de mannelijke bewoners dan over voetbal en auto’s praten? ;-)

Mijn functie als verpleegkundige in een team van vrouwen betekent voor mij dat ik de aangewezen persoon ben als er vuilniszakken moeten worden weggebracht en als er iets stuk is dat óf batterijen heeft óf op het stroomnetwerk is aangesloten. Ik ben naast mijn functie als verpleegkundige ook loodgieter, chauffeur, verhuizer en ik dien alles te weten van rolstoelen, rollators, Wi-Fi en alles dat een schroefje heeft of er een zou moeten hebben. 

Ik word hier niet extra voor betaald, maar ik krijg in ruil wel vrijstelling van andere taken. Misschien nog niet eens écht vrijstelling, maar als ik iets niet doe, of ik doe het niet goed, vindt iedereen dat prima. ‘Joost heeft daar geen oog voor, dat is een man’, hoor ik ze zeggen. Stiekem vind ik dat prima.

Mijn manager heeft eens met een collega staan kijken hoe ik een slaapkamer aan het dweilen was, en moest lachen toen ik dwars door mijn pas gedweilde vloer liep. In mijn verdediging: tijdens het dweilen bespraken we een casus en ik was dus gewoon afgeleid. Haar conclusie was echter dat ik het gewoon niet kon. Zij zag incompetentie, ik zag juist een bewust falen om dit hierna maar zelden te hoeven doen. 

Zo hebben wij recent een voorjaarsschoonmaak georganiseerd op de woning en kreeg ik de taak om alle bewoners in een gemeenschappelijke ruimte te voorzien van koffie, thee, koekjes en muzikaal vermaak. Zolang ik maar wegbleef van de was en het poetsen. Ik zou toch alleen maar in de weg lopen. Het kwam niet in me op om hier commentaar op te hebben. Ik was wel weer de aangewezen persoon om de tafels en stoelen naar buiten te sjouwen, dat wel.

Zo komt het ook voor dat als ik een late dienst heb en voor de bewoners kleding klaarleg voor de volgende dag, ik hier schijnbaar iets fout in doe. Als ik de volgende dag op mijn werk kom, blijkt de helft van de bewoners namelijk iets anders aan te hebben dan wat ik had klaargelegd. Dat ik mezelf dan toch iedere dag aan kan kleden, is een klein wonder te noemen.

Sleutelwoorden in deze kwestie zijn uiteraard balans en diversiteit. Vaardigheden en inzichten die ik mis, vullen mijn collega’s aan, en andersom. Samen zijn we een goed functionerende machine. Al zou een extra man handig zijn voor het tillen van de tafels.

Volg Joost

Website: https://www.broederjoost.com/

Facebook: https://www.facebook.com/Broederjoost/

Instagram: https://www.instagram.com/broederjoost/