Ga naar de inhoud

'Iedereen moet kunnen meedoen'

14 december 2017 Leestijd:

Paul Blokhuis
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

VWS-begrotingsbehandeling door staatssecretaris Paul Blokhuis

De aanbieding van de Rijksbegroting en de Miljoenennota voor het volgende jaar aan de Tweede Kamer gebeurt op Prinsjesdag. Later wordt de begroting in de Tweede Kamer behandeld. Vandaag is de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport  besproken. De fracties hebben al hun bevindingen en vragen gesteld en de staatssecretaris heeft daarop gereageerd. Dit is de spreektekst van staatssecretaris Paul Blokhuis. Een belangrijk document omdat je hierin zijn visie op de belangrijkste onderwerpen leest, zoals de geestelijke gezondheidszorg en preventie.

Mevrouw de Voorzitter,

Het is een bijzonder voorrecht om hier te staan en met uw Kamer te spreken over de begroting van VWS voor 2018. Ik begin met een inleiding waarna ik in blokken in ga op de onderwerpen die in mijn portefeuille vallen. De Geestelijke gezondheidszorg, preventie en het Nationaal Preventieakkoord, het voorkomen van onbedoelde zwangerschappen, depressie en suïcide, de Maatschappelijke diensttijd en Caribisch Nederland. Vragen van uw Kamer zijn inmiddels schriftelijk beantwoord. Ik kom op enkele vragen terug in de loop van mijn verhaal.

Voorzitter, ik ben opgegroeid in een pastorie. Mijn vader was dominee. Een vrolijk gereformeerde dominee. Mijn moeder en hij hebben mij en mijn broers en zussen met de paplepel ingegoten dat je klaar staat voor anderen.

In de ruim 12 jaar dat we in Schiedam hebben gewoond, was het volstrekt vanzelfsprekend dat Aad, een verstandelijk gehandicapte man uit de kerk, op zondagmorgen met ons meeging om koffie te drinken. Het was volstrekt vanzelfsprekend dat Aad gast was bij ons en mee-at. Week in, week uit. Jaar in, jaar uit.

Ook voor anderen stond de deur altijd open. ’s Ochtends vroeg en ’s avonds laat.

We leerden dat mensen gelijkwaardig aan elkaar zijn.

Het voor anderen klaarstaan ging zover, dat mijn vader in het gebed bij het eten wel eens spontaan verzuchtte: “Vader in de hemel, wilt u vanavond met ons zijn als we wéér visite krijgen.”

Als pubers konden we daar hartelijk om lachen. Het was lang niet altijd even makkelijk om de deur open te zetten.

Later realiseerde ik me dat oprecht klaarstaan voor anderen DE basis is voor een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin iedereen mág en kán meedoen.

Anno 2017 staat het streven naar een inclusieve samenleving hoog op de politieke agenda. Als wethouder van de gemeente Apeldoorn heb ik me jarenlang ingezet om er te zijn voor alle mensen; man en vrouw, blank en zwart, hetero en homo, christen en moslim, mensen met een beperking en mensen die denken dat ze geen beperking hebben.

Ik ben daarbij steeds meer gaan inzien dat we mensen mogen en moeten aanspreken op hun talenten. Niet op hun beperkingen. Ik vind het een voorrecht dat ik dat nu mag doen als staatssecretaris.

Toen ik daaraan begon in oktober, dacht ik dat de afstand tot de mensen om wie het gaat wel erg groot zou zijn. Gelukkig valt dat mee. Zo ontmoette ik in oktober Martijn in Utrecht. Martijn heeft schizofrenie. Hij sprak de zaal onbevangen toe en vertelde mij daarna dat het ruim tien jaar geleden ondenkbaar was dat iemand met een psychische ziekte zo het podium zou pakken. Maar het gebeurt. Hij is zelf het sprekende voorbeeld.

GGZ

Ik ga mij de komende jaren volledig inzetten voor mensen zoals Martijn. Voor iedereen met een psychische stoornis. Makkelijker gezegd, dan gedaan. Want dat zijn nogal wat mensen. Volgens recent onderzoek van het RIVM hebben 1,9 miljoen mensen een psychische stoornis.

Daarbij zijn ook mensen die aanvankelijk alleen psychische klachten hadden. Zoals een depressie na het verlies van een dierbare, of een burnout.

Dat kan ons allemaal overkomen.

Je hebt het, je krijgt het, of je krijgt er mee te maken in je naaste omgeving.

Vaak kom je er met hulp van familie en vrienden doorheen, maar dat lukt niet altijd en dan groeien de klachten uit tot een allesoverheersend probleem. Dan is het noodzaak dat je zo snel mogelijk de beste professionele hulp krijgt. Zo licht als mogelijk, zo intensief als noodzakelijk. En zoveel mogelijk thuis, in de eigen vertrouwde omgeving.

Maar of je nu structureel psychische klachten hebt, of tijdelijke klachten, je voelt je vaak niet betrokken bij, of begrepen door de samenleving, je familie, je vrienden, je collega’s. In deze snelle tijd spiegelen Facebook en instagram ons een wereld voor, waarin mensen zich niet herkennen. Alles om je heen gaat door. Jij voelt je een buitenstaander.

De hulpverlening aan mensen met een psychisch probleem moet er daarom  op gericht zijn dat iemand zo snel mogelijk kan meedoen, of kan blijven meedoen. Zodat zij zich weer onderdeel voelen van de samenleving. Dat gevoel er toe te doen. Daarvoor is een samenhangende (integrale)  aanpak nodig.

Hulpverlening moet zich niet alleen richten op de behandeling van psychische klachten, maar ook op het vinden van werk en woonruimte, het aanpakken van schulden. Kortom; het op orde brengen van je leven. Daarover ga ik in overleg met mijn collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, als het gaat over werk en schuldhulpverlening. En met mijn collega van Binnenlandse Zaken, als het gaat over wonen. Dit in reactie op vragen van onder andere mevrouw Ellemeet.

Maar, Voorzitter, meedoen vraagt ook wat van de samenleving, van ons allemaal. We moeten anders kijken naar mensen met een psychische stoornis of psychische klachten. Mensen met psychische problemen worden nog steeds gestigmatiseerd. Dat maakt het lastig om over problemen te praten, laat staan om hulp te zoeken. Het moet gewoon worden om te praten over psychische problemen. Zonder vooroordelen. Thuis, met vrienden, op het werk. Laten we vaker naar elkaar luisteren. Laten we minder vaak stoer doen. Laten we meer naar elkaar omzien.   

In januari begint de opvolger van de campagne ‘Omgaan met depressie’. En ik wil komend jaar een brede campagne starten met als doel dat stigma voor mensen met psychische klachten weg te halen.

Het lijkt trouwens wel of dat stigma ook aan de hulp- en zorgverleners in de GGZ hangt. Zij bereiken ontzettend veel – ik heb daar enorm respect voor. Maar kijk je in de krant, dan gaat het alleen over wat mis gaat. Het is goed dat we ons realiseren dat het om een kleine groep mensen gaat. Mensen met heftige verhalen die ons allemaal raken. En die het beeld voor de hele sector lijken te bepalen. Als ik me niet vergis, hebben dus niet alleen cliënten in de GGZ te maken met een stigma, maar ook steeds vaker de hulpverleners.

Dat beeld moeten we kantelen. Want wij hebben de professionals in de GGZ hard nodig. Zij verdienen een positief imago. Het is heel belangrijk dat zij nu en in de toekomst hun werk met plezier kunnen doen.

Natuurlijk is er veel te doen in de GGZ. Daar is iedereen van overtuigd. Ik heb daarom voor de komende jaren een aantal concrete doelen voor ogen. In het Algemeen Overleg van
29 november hebben we daarover al met elkaar gesproken. Ik noem er vijf.

  1. De wachttijden. Om mensen met psychische problemen zo snel mogelijk de beste behandeling te kunnen geven, is het noodzakelijk dat we de wachttijden aanpakken. De wachttijden moeten weer binnen de Treeknormen vallen. Die zijn ruim. Dat moet toch kunnen. Over aanpak van wachttijden zijn afspraken gemaakt op 13 juni en ik ga de voortgang nauwlettend volgen.
  2. Er moet volgend jaar overal in Nederland een goed werkende aanpak komen voor mensen met verward gedrag. Zoals mevrouw Van den Berg aangaf, is samenwerken in de keten hierbij van cruciaal belang.  Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Daarover spreken we ook met gemeenten.
  3. Ook wil ik volgend jaar een Hoofdlijnenakkoord afsluiten met de GGZ. Het doel van het akkoord is niet alleen de groei van uitgaven te beperken. Het gaat juist ook om kwaliteit verbeteren. Ik wil een goed inhoudelijk akkoord sluiten, samen met patiëntenorganisaties, aanbieders, verzekeraars, gemeenten en beroepsverenigingen.

    Daarover ben ik al in gesprek om na te gaan waar partijen behoefte aan hebben. Zelf denk ik bijvoorbeeld aan hoe patiënten de juiste zorg op het juiste moment krijgen. Dat moet een plek krijgen in dat akkoord. Zorg die past bij wat mensen nodig hebben. Zo licht als kan, zo intensief als nodig. Daarbij hoort ook de kunst van het afbouwen of stoppen als het niet werkt. En dan zoeken naar een goed alternatief. Aanpak wachttijden hoort wat mij betreft ook in het akkoord. Dat moet structureel. Geen kunstje wat we daarna laten waaien. Nee structureel. Evenals de overgang
    18- / 18+. De ambitie ligt hoog. Voor de zomer van 2018 hopen we het hoofdlijnenakkoord te hebben gesloten.
  4. Ook wil ik werken aan het toegankelijk maken van de Wet langdurige zorg voor mensen met psychische klachten. Ik proef uit de bijdrage van mevrouw Bergkamp en de heer Slootweg dat zij tempo willen maken. Dat schept een band. Dat wil ik ook. Ik ga de Kamer informeren over de stappen die we zetten. Ik heb een brief naar de Kamer gestuurd. Ik heb aangegeven dat ik in het najaar van 2018 het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer wil sturen. We moeten nog wel een paar stappen zetten.
  5. Tot slot, ga ik gemeenten stimuleren om de aanbevelingen uit het rapport van de Commissie Dannenberg voortvarend uit te voeren. Het is belangrijk dat mensen die gebruik maken van beschermde woonvoorzieningen en maatschappelijke opvang kunnen meedoen met onze samenleving.
    Minister de Jonge is al ingegaan op de vraag van mevrouw Bergkamp over onafhankelijke clientondersteuning.
    Zeker voor jongeren in de maatschappelijke opvang zitten dat pakken we heel serieus op. 
    Het is mijn bedoelding om met gemeenten te spreken, een rondje door het land te maken, over hoe ze de aanbevelingen van de Commissie Dannenberg gaan uitvoeren.

Voorzitter,
Het gevoel hebben er niet meer bij te horen, er niet toe te doen, komt niet alleen voor bij mensen met psychische klachten, ook mensen met een slechte (fysieke) gezondheid hebben daar last van.

De beide ministers bij VWS gaan over de care en de cure. Samen spannen wij ons in om mensen met gezondheidsklachten te ondersteunen. Om de zorg te verbeteren. En de groei van de zorgkosten te beperken.

Dat brengt mij bij misschien wel onze grootste uitdaging:

Het bevorderen van de gezondheid. Voorkomen dat we ziek worden. En als we ziek zijn, daar zo goed mogelijk mee omgaan. En bijvoorbeeld bij aandoeningen zoals Diabetes type 2 het ziektebeeld fors reduceren.

Kortom meedoen is het Adagium.


Preventie
We weten steeds meer over de enorme impact van gezond leven op onze gezondheid en op onze kwaliteit van leven. En niet alleen als je jong bent en niks mankeert. Maar juist in alle fasen van het leven. Ook als je ouder wordt, of een aandoening hebt, is kwaliteit van leven belangrijk. Onder andere mevrouw Arissen en mevrouw Sazias stipten dat ook aan.

Natuurlijk zijn er al veel mooie initiatieven op dat vlak. We beginnen niet met de jaartelling. Ik wijs op het programma Gezond in de Stad, Gezonde school, Jongeren op Gezond gewicht en natuurlijk het brede Nationaal Programma Preventie.

Tegelijk valt er nog veel te winnen. Want een kwart van onze ziektelast wordt veroorzaakt door de manier waarop we leven. Roken, overgewicht en drinken zijn aantoonbaar de grootste boosdoeners. Zoals bijvoorbeeld de heer van der Staaij opmerkte.

Bij roken zien we gelukkig een beweging de goede kant op. Dat is mooi, de rookvrije generatie is een prioriteit van het kabinet. Helaas rookt nu nog 1 op de 4 volwassenen, en 1 op de 10 jongeren tussen 12 en 16 jaar. We zijn er nog lang niet.

Kijken we naar overgewicht. Dan zien we dat 43 procent van de Nederlanders te zwaar is. In 1990 was dat nog 30 procent. Daar moeten we dus met elkaar mee aan de slag.

Ook zijn de gezondheidsverschillen tussen mensen uit verschillende bevolkingsgroepen enorm. Het is bekend dat factoren als een lage opleiding, een laag inkomen en geen werk, kortom een lage sociaal economische status, van grote invloed zijn op de gezondheid.

De cijfers die het Sociaal en Cultureel Planbureau in het rapport “De Sociale Staat van Nederland 2017” presenteert, zijn in dít opzicht niet positief. De levensverwachting van hoogopgeleiden is bij de geboorte bijna 7 jaar hoger dan bij laagopgeleiden. Het verschil in levensverwaching in goede gezondheid is zelfs bijna 20 jaar.


Dat zijn confronterende feiten. Helemaal omdat de mensen die het betreft daardoor aan de kant kunnen komen te staan. En het gevoel hebben dat ze er niet toe doen.

Daarom zet dit kabinet uit overtuiging in op preventie. Op voorkomen dat mensen ziek worden. Op gezond leven. Voor preventietaken trekken we, zoals u weet, in deze kabinetsperiode 170 miljoen euro uit.

Nationaal Preventieakkoord
Belangrijk actiepunt daarin is het Nationaal Preventieakkoord. Een akkoord dat ik wil sluiten, samen met patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en sportbonden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Met deze organisaties ben ik volop in gesprek. Ik ben aangenaam verrast door het enthousiasme bij deze partners. Mensen willen meters maken. Bij die gesprekken zijn ook zorgverzekeraars betrokken. Mw Dijkstra vroeg wat we doen met aanbevelingen van de Nederlandse bank. Als we het hebben bestudeerd, komen we met een reactie.

Voorzitter,
Ik vind het mooi dat de fracties met mooie ideeën komen. Mevrouw Arissen sprak over duurzame voeding. Mevrouw Dik bracht ondervoeding in en daar sloot mevrouw Sazias zich bij aan. Ik wil die zaken betrekken in het akkoord.

Ik streef er naar het preventieakkoord voor de zomer van 2018 te sluiten.
In het Regeerakkoord staat dat de focus moet liggen op roken en overgewicht. Maar ik kan nu al zeggen, dat uit de eerste 2 ronde tafelgesprekken duidelijk wordt, dat we de scope van het Nationaal Preventieakkoord waarschijnlijk uitbreiden, naar andere thema’s zoals alcohol. Die wens van uitbreiden hoor ik ook bij mevrouw Dijkstra.

We willen uitgaan van gezond leven. En ons daarbij niet alleen op kinderen en jongeren richten, maar zeker ook op ouderen.

Ook is er aandacht nodig voor het bereiken van mensen met verschillende culturele achtergronden. Net als mensen met een lagere opleiding en weinig inkomen. Een groep die we tot nu toe nog te weinig bereiken.

Dat het kan, laat bijvoorbeeld Bas van de Goor zien. Met zijn foundation wandelt hij met mensen. Ook met mensen met een lage opleiding en weinig inkomen. Mensen met een gemiddeld BMI  (body mass index) van 31,2. Een gezond BMI ligt tussen de 18,5 en 25.

Dat wandelen brengt hen in beweging en zo kunnen zij beter omgaan met hun diabetes. En het mooie is, dat huisartsen en fysiotherapeuten ook meelopen. Zij komen hun patiënten ook eens een keer tegen als het goed met ze gaat. Dat zijn heel andere gesprekken en die zijn ontzettend waardevol. Voor het akkoord dat we willen sluiten, geldt in ieder geval: hoe concreter hoe beter. We moeten er meteen mee aan de slag kunnen. We hebben nog drie Rondetafels te gaan. Ik kijk er naar uit. En natuurlijk zal ik uw Kamer informeren over onze plannen.

Voorzitter, los van het Nationaal Preventieakkoord is er een aantal onderwerpen op het gebied van preventie waar we mee aan de slag gaan. Ook vanuit het oogpunt dat iedereen moet kunnen meedoen.

Voorkomen postnatale depressie

Mevrouw Ellemeet vraagt terecht aandacht voor het voorkomen van postnatale depressie. Ik vind het, met haar, verdrietig dat jaarlijks meer dan 23.000 vrouwen geen blijdschap voelen over het nieuwe leven. Terwijl iedereen dat van ze verwacht. Vertel dan maar eens hoe je je werkelijk voelt. En vindt dan maar eens de juiste hulp. 

Daarom krijgt postnatale depressie speciale aandacht in het Meerjarenprogramma Depressiepreventie, dat in 2017 is gestart. Op dit moment wordt gewerkt aan een plan voor een ketenaanpak voor aanstaande en net bevallen moeders. Belangrijk daarbij is aandacht voor vroegsignalering van signalen van depressie. En aandacht in de opleiding van verloskundigen en jeugdartsen. Mevrouw Kooiman voegde daar kraamverzorgenden aan toe.

Ik wil 300.000 euro uit het budget voor het meerjaren programma depressiepreventie besteden aan de ontwikkeling en uitvoering van dit plan.

Graag voeg ik toe dat het vervolg van de publiekscampagne depressiepreventie begin 2018 willen we zo invullen dat ook deze specifieke groep aandacht krijgt.

Voorkomen van depressie en zelfdoding bij LHBTI jongeren

Voorzitter, in deze kabinetsperiode wil ik mij extra inzetten om het aantal zelfdodingen terug te dringen. Ik wil daarbij specifiek de aandacht richten op LHBTI-jongeren. Zij hebben vaker te maken met negatieve reacties in hun omgeving, dat maakt ze kwetsbaar. Ze ervaren veel stress en overwegen vaker zelfmoord.

Het aantal pogingen tot zelfdoding onder deze jongeren is ruim vier keer zo hoog als onder leeftijdsgenoten. Voor transgender jongeren is dat zelfs vijf tot tien keer zo hoog. Ik schrik daar heel erg van en het is ontzettend verdrietig. Voor de jongeren zelf, hun ouders, naasten en hun omgeving.

Ik wil extra aandacht besteden aan het tegengaan van zelfdoding onder deze groep. Daarover ga ik in januari in gesprek met jongeren zelf.

VWS spreekt hierover al met partijen zoals Movisie, COC en 113 Zelfmoordpreventie; samen met het ministerie van Onderwijs.

Het herkennen van de signalen van plannen van zelfmoord is ontzettend belangrijk. Organisaties zoals 113 Zelfmoordpreventie – mevrouw Dik-Faber noemde ze ook- helpen de ouders hierbij, zodat zij het gesprek met hun kind kunnen aangaan.

Onbedoelde zwangerschappen

Voorzitter, iedereen moet kunnen meedoen.  
Met een brede coalitie van veldpartijen zoals Fiom, Siriz en Rutgers, wil ik een meerjarige agenda maken om onbedoelde zwangerschappen tegen te gaan.

Het gaat in ons land niet superslecht. We zitten in de top 3 van de wereld van laagste aantallen tienerzwangerschappen. Maar elke tiener zwangerschap zit een verhaal achter. Daarom gaan we ook door met initiatieven die er al zijn. Denk bijvoorbeeld aan ‘Nu niet zwanger’, een programma waar de minister van VWS ook mee bezig is.

Van groot belang is wel dat we programma’s hebben waarbij vrouwen zich niet tot een keuze gedwongen voelen. Maar die ondersteuning bieden om een keuze te maken. Daarbij willen we dat er voor zeer kwetsbare groepen, denk aan vrouwen die een verstandelijke beperking hebben of ggz- patiënten, extra ondersteuning komt.

Ik ga na de jaarwisseling met de veldpartijen in gesprek. In die gesprekken wil ik het onder meer hebben over het beschikbaar stellen van lesmateriaal, online en telefonische hulplijnen en keuzehulpgesprekken.

Maatschappelijke diensttijd

Mevrouw de voorzitter, dan kom ik op de Maatschappelijke diensttijd. Bij het invullen van de Maatschappelijke diensttijd is de inclusieve samenleving één van mijn belangrijkste drijfveren.

Maatschappelijke diensttijd is een heel nieuwe manier om mee te doen, om mensen met elkaar te verbinden. Mensen die elkaar anders misschien wel nooit zouden ontmoeten. Omdat ze een andere achtergrond hebben, een ander geloof of een andere leefwereld.

We willen jonge mensen uitdagen uit hun eigen vertrouwde omgeving te stappen. Om iets interessants te doen, waarbij ze een talent kunnen ontdekken of ontwikkelen. Waarbij ze ervaring kunnen opdoen, die ze met trots op een CV kunnen zetten. Iets waarbij ze echt iets voor anderen kunnen betekenen. Of onze omgeving net iets prettiger maken. Zoals in een verpleeghuis, op een basisschool, in een buurthuis, bij een reddingsbrigade, of op een sportclub.

Hoe gaan we dat doen? Dat vroegen ook de heer Slootweg en mevrouw Dik-Faber. In februari ga ik samen met mijn collega’s van Onderwijs en Sociale Zaken in gesprek met jongeren, gemeenten en maatschappelijke organisaties. We zijn benieuwd welke onderwerpen zij belangrijk vinden. In de zomer willen we proefdraaien. Als alles goed gaat, beginnen de eerste jongeren in het komend najaar hun Maatschappelijke diensttijd.

Caribisch Nederland

Voorzitter, hoewel er geen vragen over zijn gesteld, wil ik tot kort iets zeggen over Caribisch Nederland. Want als we het hebben over meedoen, geldt dat ook voor mensen in Caribisch Nederland.

Op 6 september werd St. Maarten hard getroffen door Orkaan Irma. En ook Saba en St. Eustatius hebben schade geleden. Dat heeft de mensen daar persoonlijk hard geraakt. Net als hun familieleden  hier. We blijven natuurlijk betrokken bij de wederopbouw.

Terug naar 10 oktober 2010. Er is vanaf dat moment flink geïnvesteerd in de zorginfrastructuur, zoals in de ziekenhuizen, huisartsen, medische uitzendingen en spoedzorg.

Nu gaan we flink aan de slag met preventie. Verbindingen tussen zorg en ondersteuning zijn daarbij heel belangrijk. Een mooi voorbeeld zijn de Life coaches op Sint Eustatius. Zij zijn vergelijkbaar met onze maatschappelijk werkers.

Het draait om het winnen van vertrouwen. Zodat heel gevoelige onderwerpen, zoals huiselijk geweld en kindermishandeling, bespreekbaar worden. Net als overgewicht. We ondersteunen de komende jaren lokale initiatieven op het gebied van maatschappelijke ondersteuning.

Voorzitter,
Ik kom tot het slot van mijn betoog. Meedoen geeft zelfvertrouwen. We bouwen er een leven op. Het geeft betekenis aan ons bestaan. Het grote belang ervan zien en voelen we pas echt, als we die kans niet krijgen, of als we buiten de boot vallen. Als we ons niet meer thuis voelen in de samenleving, het contact verliezen met familie, vrienden en buren. Als we ons niet meer gezond voelen of als we het gevoel hebben dat we er niet meer toe doen.

Iedereen moet kunnen meedoen. Dat is de basis voor een inclusieve samenleving. Ik wil mij daar de komende jaren met hart en ziel voor inzetten. Ik hoop samen met u.

Het hele debat horen en zien? Dat kan hier: https://www.tweedekamer.nl/