Ga naar de inhoud

'Mensen - en niet zozeer wetten en regels - maken het verschil in de zorg'

14 december 2017 Leestijd:

Hugo de Jonge
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, viceminister-president

VWS-begrotingsbehandeling door minister Hugo de Jonge

De aanbieding van de Rijksbegroting en de Miljoenennota voor het volgende jaar aan de Tweede Kamer gebeurt op Prinsjesdag. Later wordt de begroting in de Tweede Kamer behandeld. Vandaag is de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport  besproken. De fracties hebben al hun bevindingen en vragen gesteld  en de minister heeft daarop gereageerd. Dit is de spreektekst van minister Hugo de Jonge. Een belangrijk document omdat hierin zijn visie op de inrichting van de zorg en de belangrijkste onderwerpen aan bod komen.

Voorzitter,

Dank voor alle vragen die in de eerste termijn door uw Kamer zijn gesteld, voor alle visies en beschouwingen die zijn gedeeld. Liefdevolle zorg, zoals mevrouw Hermans dat zo mooi noemt, de terechte complimenten aan de mensen die werken in de zorg, van veel fracties, we zijn het over heel veel eens.

Na jaren van stelseldiscussies, het is door meerdere fracties gezegd, en veranderende zorgwetten zijn we voorlopig klaar met de grote verbouwingen.

Nu komt het op ons aan om ervoor te zorgen dat mensen daadwerkelijk ervaren dat die zorg beter wordt.

Want zorg is mensenwerk.

Het zijn mensen - en niet zozeer wetten en regels en brieven aan de Kamer - die in de zorg het verschil maken.

Dat zeg ik niet om ons werk hier te relativeren – hoewel met relativering eigenlijk helemaal niets mis is - dat zeg ik om te benadrukken waar we ons wat mij betreft de komende jaren op zullen moeten gaan richten. Zorg is mensenwerk. En dus hebben we het ons aan te trekken als de mensen in de zorg, zoals meerdere fracties hebben aangegeven, aanlopen tegen een steeds groter voelende papierberg - ik ga daar straks graag op in.

En dus mogen we ons er niet bij neerleggen als mensen - ondanks die stelselwijzigingen - niet ervaren dat hun zorg beter is geworden. En dus moeten we, zoals mevrouw Bergkamp het zei: 'de stappen naar de mensen beter zetten'. Mooie uitspraak.

Het is aan ons om te zorgen dat de mensen in de zorg het verschil kunnen en gaan maken – in de ouderenzorg, in de gehandicaptenzorg, en in de jeugdzorg.

Het is heel goed om te zien dat uw Kamer daartoe in de eerste termijn al veel concrete voorstellen heeft gedaan, waar ik straks graag op inga.

Voorzitter,

‘De zorg is hier goed geregeld,’ zei mevrouw Dijksma. En dat is ook zo, maar ze zei er ook iets achter aan, namelijk, ‘niet iedereen voelt dat zo’.

En hoewel iedereen eigenlijk wel weet dat als je ziek bent, of ondersteuning nodig hebt, je dan het beste in dit land kunt wonen, weten we uit gesprekken die we allemaal voeren, maar ook uit bijvoorbeeld de onderzoeken van het SCP dat een van de grootste zorgen van Nederlanders gaat over de zorg.

Mensen vragen zich af of die er dadelijk nog wel voor hen is. Of we de zorg kunnen blijven betalen, veel van de fracties hebben die zorgen dinsdag ook geuit.  

Vertrouwen in de toekomst - de titel van het regeerakkoord – is voor veel mensen geen gegeven. Sommigen zijn dat vertrouwen verloren of juist aan het verliezen. Vertrouwen in de toekomst ziet dit kabinet daarom als een opdracht. Een opdracht die alles te maken heeft met wat wij met z’n drieën en u met z’n 150-en hier de komende jaren in de zorg voor mensen wil bereiken. 

Ook op mijn portefeuille, in de ouderenzorg, de jeugdzorg en de zorg voor mensen met een beperking, is een wereld te winnen.

Voorzitter,

Onze samenleving staat aan de vooravond van een grote verandering. Nu nog zijn er 1,3 miljoen mensen ouder dan 75, in 2030 zijn dat er 2,1 miljoen. Daar klaar voor zijn, is onze eerste belangrijke opdracht. Ouderen zijn letterlijk onze toekomst en leveren een belangrijke bijdrage aan onze samenleving. Niemand is te oud om erbij te horen.

Met gemeenten, met instellingen, bedrijven en organisaties die werken voor en met ouderen, willen we de komende tijd een pact voor de ouderenzorg sluiten om drie doelen te bereiken. Mevrouw De Jonge van Ellemeet vroeg me of ik de ouderen die thuis wonen niet wilde vergeten, en ik kan haar geruststellen. Want ouderen wonen steeds langer thuis.

Het eerste doel van het pact voor de ouderenzorg is ze daar met de juiste zorg in te ondersteunen. Natuurlijk het liefst in het huis waar ze soms hun hele leven soms hebben gewoond. Waar herinneringen zijn gemaakt. En de kinderen groot werden. Waar ze elk deukje in de vloer kennen.

Die zorg thuis, wordt georganiseerd met de huisarts, en de wijkverpleging, ondersteuning van de gemeente en met behulp van familie en andere naasten. Ondanks al die goede zorgen, kan een huis toch als onneembare vesting voelen. De trap te hoog, de drempels onveilig en de badkamer onbereikbaar. Dan is het mooi als we een woning kunnen aanpassen, zodat het toch een passend huis blijft.

En als de winkels en zorgvoorzieningen in de buurt zijn, is het leven prima te organiseren. Maar soms zijn huizen gewoonweg te groot. De omgeving niet geschikt. Woonvormen die tussen het eigen huis, en een instelling inzitten, moeten daarom breder beschikbaar en gevarieerder worden, mevrouw Kooiman noemde dat dinsdag ook en ik ga straks op haar plan in.

Samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken bekijken we op dit moment of en hoe die tussenvormen er kunnen komen.

Voorzitter,

Ondanks alle goede zorgen, gaat het thuis soms toch niet langer. Dat brengt me bij het tweede doel van het pact voor de ouderenzorg: een betere verpleeghuiszorg. Veel van de fracties hebben het daar in hun inbreng ook over gehad.

Op werkbezoek ziet u zelf dat het in sommige verpleeghuizen heel goed gaat, gelukkig maar. Toch zijn er zeker ook mensen die in zo’n huis helemaal niet zo gelukkig voelen. En daarom moet de zorg merkbaar, meetbaar en voelbaar beter.

Daarom is het mooi dat we een kwaliteitskader hebben en moeten we aan de slag met de invoering daarvan. Mevrouw Hermans heeft daar veel tekst aan gewijd. Het geeft ons grip op kwaliteit en de middelen om de verpleegzorg te verbeteren. Dat is belangrijk.

Maar het allerbelangrijkste, misschien nog wel belangrijker dan kwaliteitskaders, is de vraag die iedereen die in de zorg werkt, zich dagelijks zou moeten stellen: zou dit het huis zijn dat ik voor mijn eigen moeder zou kiezen? Zou dat het huis zijn waar ik zelf graag oud zou willen worden?

Een derde doel voor de ouderenzorg is het terugdringen van eenzaamheid. Want van de 75-jarigen zegt ruim 50 procent zich alleen te voelen. Dat zijn als je even rekent, 650.000 eenzame ouderen. En in weken zoals deze, met korte, donkere dagen en op tv de ene na de andere tinkelende kerstreclame, kan ik me voorstellen dat die eenzaamheid nog net wat indringender voelt dan op een lichte lentedag. Dat is vreselijk.

Eenzaamheid is misschien wel een verschijnsel dat typisch is voor ons tijdsgewricht, van individualisering, maar dat betekent niet dat we het maar moeten accepteren als een fact of life. Want niemand wil wonen in zo’n zoek-het-zelf-maar-uit-samenleving.

En natuurlijk - eenzaamheid is zo’n groot vraagstuk, dat het ook verlammen kan. De eenzaamheid oplossen, dat kunnen we van mensen niet vragen. Maar - iemands eenzaamheid doorbreken of verminderen, dat kan wel. Iedereen kan er vandaag voor kiezen om een betere buur te zijn en iemand het gevoel geven dat de wereld wél op hem wacht.

Het omzien naar elkaar mag best weer wat vanzelfsprekender worden. Hoe die aanpak eruit ziet, dat verschilt natuurlijk per gemeente. Rotterdam is Raalte niet.

Voorzitter,

We hebben het net over ouderen gehad, maar een tweede opdracht voor de zorg is om ervoor te zorgen dat iedereen volwaardig kan meedoen. Jong of oud, ziek of gezond, beperkt of niet. Mensen met een beperking – en dat zijn er 2 miljoen – moeten voor de meest basale dingen hulp vragen én accepteren. School, sporten, reizen, het gaat allemaal niet vanzelf.

Er kan nog een heleboel anders, meneer Van der Staaij noemde dat ook. Van het weghalen van fysieke drempels in winkels en horeca en figuurlijke drempels op school en op de werkvloer.

Mevrouw Dik-Faber noemde terecht de gezinnen met een ernstig meervoudig gehandicapt kind. Met de werkgroep “Wij zien je wel” kijken we samen met een aantal van die gezinnen welke knelpunten we moeten oplossen.

En met meneer Slootweg ben ik het eens dat we vooral moeten samenwerken met ervaringsdeskundigen zélf. "Nothing about us, without us" is niet voor niets de slogan van het VN-verdrag Handicap.

Voorzitter,

Over een derde opdracht voor de komende periode hebben we vorige week ook tijdens het wetgevend overleg Jeugd uitgebreid gesproken. Dus daar wil ik het kort houden.

Samen met gemeenten en jeugdzorginstellingen gaan we ervoor zorgen dat het stelsel gaat werken zoals het bedoeld is. En het werkt pas als ouders en kinderen zeggen dat het werkt. En met de minister voor rechtsbescherming, en vooral de mensen in het land, gaan we de strijd aan met huiselijk geweld en kindermishandeling. Want dat is het grootste geweldsprobleem in onze samenleving. De aanpak daarvan, moet een van onze belangrijkste prioriteiten zijn.

Voorzitter,

Een betere ouderenzorg, een samenleving waarin iedereen meedoet en kinderen veilig opgroeien, zijn komende periode onze belangrijkste prioriteiten. En bij alles wat we doen is onze belangrijkste vraag: Hoe maken onze keuzes het leven van mensen merkbaar, voelbaar en meetbaar beter?

Het werken in de zorg, het is veel gezegd afgelopen dinsdag, gaat met hart en ziel. En dat heb ik ook geproefd aan het debat hier. Ik heb nog maar een aantal debatten gevoerd, maar dat met hart en ziel, dat zit er bij de mensen in de zorg net zo in als bij de woordvoerders over de zorg en dat is goed om te zien.

Om mevrouw Agema te citeren: “De zorg is ons lief.” En zo voelen we dat denk ik allemaal. En daarom is het mooi om met elkaar vanuit de inhoud tot verbetering te komen. Met goede ideeën de zorg van en voor de mensen thuis beter te maken.

Ik wil graag uw voorstellen daartoe bespreken.'

Het hele debat horen en zien? Dat kan hier: https://www.tweedekamer.nl/