Ga naar de inhoud

Nooit te oud voor mooie tanden

9 maart 2018 Leestijd:

Lieneke Steverink is mondhygiënist. In 2013 is ze zelfs verkozen tot Mondhygiënist van het Jaar! Voor VWS schrijft ze maandelijks over haar beroep. In dit blog vertelt ze hoe en waarom mondhygiënisten voor ouderen heel waardevol kunnen zijn.

Lieneke met cliënt

De ouderen van nu bijten flink van zich af. Met hun eigen tanden welteverstaan. Kunstgebitten zijn tegenwoordig steeds minder nodig. Eén van de successen van innovatie in de mondzorg. Want hoe oud je ook bent, de zorg voor je mond blijft belangrijk. Het zou toch van de gekken zijn om op latere leeftijd je gebit te verwaarlozen. Daar ben je je hele leven juist zo zuinig op geweest! Stel dat je kleinkind je geen kus meer geeft omdat oma stinkt naar rottende tanden…

‘Wanneer ben ik te oud voor de mondhygiënist?' vroeg een van mijn favoriete patiënten. Ze heeft haar hele gebit nog. Daar hebben we samen, zij en ik, hard voor gewerkt. Ze klopte spontaan bij mij aan na haar verhuizing. Ze was kleiner en rustiger gaan wonen na het overlijden van haar man. Ze was zijn mantelzorger geweest en nu was het haar beurt. Ze ging goed voor zichzelf zorgen en wilde mooie tanden. Voordat de tandarts aan de slag kon, moest ik zorgen dat de basis goed was. ‘Je bent nooit te oud voor een stel mooie tanden’, antwoordde ik.

Keurig kwam ze elke drie maanden naar de praktijk om zich in de watten te laten leggen. Ze genoot er echt van. Gezellig babbelden we over haar kleinkinderen. Het was een van die kleinkinderen die had gezegd dat ze zulke gele tanden had. ‘Haha, zo lekker eerlijk!’ lachte ze. Op een gegeven moment vertelde ze dat zo’n droge mond had. De ouderdom kwam bij haar niet zonder gebreken en de medicijnen stapelden zich op. De medicatie zorgde ervoor dat ze ’s nachts wakker werd met een tong van karton die haast niet los van haar gehemelte kwam. Gelukkig hielpen mijn behandelingen en adviezen haar goed.

Na een poosje kwam deze lieve mevrouw niet meer op haar afspraak. ‘Lieverd, ik ben je niet vergeten’, zei ze toen ik haar belde. ‘Maar het lukt me niet meer om naar je toe te komen’, zei ze met een snik in haar stem. Ik twijfelde geen moment, pakte mijn instrumenten bij elkaar en stapte in de auto. En daar lag ze dan, slapjes in haar bed. ‘Kind, wat ben ik blij dat je er bent. Mijn mond voelt zo smerig aan!’ Ik heb zo goed en zo kwaad als het ging haar mond schoongemaakt. Daarna kon ze weer genieten van een hapje eten en knapte ze zienderogen op. Monter nam ze afscheid van me. Niet wetende dat we elkaar voor de laatste keer zouden gezien. Enkele dagen later bracht haar buurman mij de rouwkaart. ‘Ze liet weten dat we je moesten bedanken. Ze doet een goed woordje voor je daarboven!’

Lieneke