Ga naar de inhoud

‘Ook van de meest gênante klachten kijk ik niet meer op’

13 juni 2018 Leestijd:
Door Tamar Klijsen

Pijn in je rug, griep, eczeem… even naar de dokter! Is het goed om regelmatig even bij je huisarts langs te gaan? Of is het handiger om met een aantal klachten tegelijk aan te kloppen? En wat vind je huisarts eigenlijk van al je gênante klachten? Vertelt hij of zij die niet stiekem door tegen je moeder of partner die in dezelfde praktijk komen? Tjitske van den Bruele is huisarts en vertelt in dit interview uitgebreid over haar beroep.

Tjitske werkt drie dagen per week als waarnemend huisarts in een praktijk in Voorburg. Per dag ziet ze gemiddeld 25 patiënten. Meestal op de praktijk, maar als het nodig is bezoekt ze ook patiënten thuis. Daarnaast werkt ze een dag per week bij Het Westerhonk , een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. En nog een dag flexibel. Dan valt ze ergens in, krijgt of geeft ze nascholing of werkt ze haar administratie bij.

‘Die afwisseling bevalt me vooralsnog erg goed. Toen ik net was afgestudeerd wilde ik zo snel mogelijk een eigen praktijk starten, maar al gauw realiseerde ik me dat het juist goed is om eerst een tijdje te freewheelen en te kijken wat bij me past. Wil ik een praktijk in mijn eentje? Of juist samen met collega-huisartsen? In Voorburg, waar ik nu werk, zitten meerdere huisartsen bij elkaar. Maar eerder werkte ik met één andere huisarts samen. Door deze verschillende ervaringen weet ik dat één collega mijn voorkeur heeft. Kleinschalig, maar wel altijd iemand in de buurt met wie ik even kan overleggen.’

Opgeruimd

En zo ontdekte Tjitske ook wat ze belangrijk vind in haar werk. Een opgeruimde praktijk bijvoorbeeld. ‘Ik heb weleens bij een praktijk ingevallen waar al het materiaal oud en roestig was. Iemand die een afspraak had gemaakt voor het verwisselen van een spiraaltje heb ik afgebeld. Dat ging ik met die instrumenten echt niet doen! En ook overzicht vind ik belangrijk. Ik wil dat alles op een vaste plek ligt en niet hoeven zoeken naar de spullen die ik nodig heb.’

Rust, reinheid en regelmaat is dus wat patiënten kunnen verwachten als Tjitske ooit haar eigen praktijk opent. En een vertrouwd gezicht. ‘Als praktijkeigenaar moet je minimaal drie dagen zelf aanwezig zijn, vind ik. Patiënten hebben daar behoefte aan. Dat merk ik als ik voor een andere huisarts inval. Patiënten willen niet elke keer hun verhaal tegen iemand anders vertellen. “Alweer een andere dokter?!” hoor ik dan.’

Gemoedelijk

Maar voorlopig is een eigen praktijk nog toekomstmuziek en vermaakt Tjitske zich goed op haar verschillende werkplekken. Bij Het Westerhonk werkt ze één dag per week als huisarts voor mensen met een beperking, dat gaat van een IQ van een 1-jarige tot zwakbegaafdheid. ‘Het is erg leuk om daar te werken. De patiënten zijn altijd vrolijk en er hangt een gemoedelijke sfeer. Het is een beetje alsof je met kinderen werkt. Daar moet je soms ook wat meer geduld mee hebben en trucjes verzinnen om iets van ze gedaan te krijgen.’

Kinderen

Tjitske heeft altijd een voorliefde gehad voor werken met kinderen. Ze heeft drie jaar op de afdeling kindergeneeskunde gewerkt en heeft zelfs een half jaar kinderpsychiatrie gestudeerd. Toch koos ze er uiteindelijk voor om huisarts te worden, omdat ze het gevoel had dat ze als specialist te ver van de patiënt af stond. ‘Als specialist heb je maar relatief kort contact met een patiënt. Als huisarts leer je je patiënten echt kennen. Ze komen vaak jaren achter elkaar bij je in de praktijk en in veel gevallen ook hun partners en kinderen. Die betrokkenheid bij de patiënt vind ik mooi aan mijn vak. Ik ga zelfs weleens op sociale visite. Dan is er niet direct een medische reden om bij een patiënt langs te gaan, maar kijk ik gewoon even hoe het gaat en of iemand nog vragen heeft.’

Kindermishandeling

Maar soms is die betrokkenheid ook confronterend. Tjitske geeft regelmatig nascholing op het gebied van kindermishandeling. ‘Er wordt tijdens de opleiding maar weinig aandacht aan besteed, terwijl je er als huisarts vaak mee te maken krijgt. Dan denk je meteen aan schoppende en slaande ouders, maar mishandeling kan ook psychisch zijn. Ik had een tijdje terug een vader met zijn zoontje op het spreekuur. Hij was erg ongeduldig tegen het kind en pakte hem wat hardhandig vast. Toen het de keer daarna weer zo ging, heb ik voorzichtig gevraagd hoe het thuis ging. Vader vertelde dat zijn vrouw net was bevallen en er thuis nog drie jonge kinderen rondliepen. Hij was nogal gestrest dus. Door vroegtijdig te signaleren dat er iets niet goed gaat, kan erger worden voorkomen. Met mijn nascholingen probeer ik deze awareness onder huisartsen te verhogen.’

Tjitske werkt op dat vlak samen met professionals van Veilig Thuis. Samen bekijken ze hoe per geval gehandeld kan worden. ‘Veilig Thuis is een onderzoeksbureau. Ze bieden hulp en begeleiding bij de vraag “hoe kan het anders?”. Ouders zullen niet de intentie hebben om hun kinderen bij een vechtscheiding te betrekken, maar het gebeurt vaak toch. Het is dan belangrijk om de ouders te wijzen op het effect dat dit op hun kinderen heeft. Het is niet de bedoeling om mensen ergens van de te beschuldigen, maar juist om ze te helpen.’

Diagnose

Maar vooral houdt Tjitske zich dus bezig met alledaagse kwalen. Maar oppervlakkig is dat zeker niet, vind ze. ‘Je kunt als huisarts zo veel opmaken uit de verhalen van patiënten. Die geven direct richting. Soms moet de tijd leren wat de beste remedie is of gaat iets vanzelf over. Denk aan huidklachten. Maar vaak kun je snel verder onderzoek doen naar de oorzaak van bepaalde klachten. Een test, een foto maken, bloed prikken. En bepaalde symptomen zijn zo duidelijk, zoals die bij een blindedarmontsteking. Het is mooi om mensen een juiste behandeling te kunnen voorschrijven.’

Gênant

Elke dag passeren talloze pijntjes en aandoeningen de revue. Vindt een huisarts eigenlijk nog wel eens iets gênant? ‘Nee joh, ik heb veel klachten al zo vaak gezien. De meest gênante kwalen zijn voor mij dagelijkse kost, net zo gewoon als stofzuigen. Ik zie natuurlijk weleens aan patiënten dat ze het lastig vinden om bepaalde klachten aan te kaarten, je ziet ze dan ongemakkelijk op hun stoel heen en weer schuiven, maar ik denk dat ik die gêne altijd wel kan wegnemen door zelf nuchter naar de kwaal te vragen en erover te praten. Als ik aan het werk ben, stel ik me professioneel op. En alles blijft natuurlijk binnen de vier muren van de spreekkamer.’

Beroepsgeheim

Als arts mag je geen informatie over je patiënten delen met anderen. Alleen met directe collega’s vindt overleg plaats. ‘Ik heb daar geen moeite mee. Ik vind het genoeg om af en toe met een collega te overleggen over een patiënt. Buiten de praktijk vertel ik weleens wat ik zoal voorbij zie komen, maar zonder naam en toenaam natuurlijk. Het enige wat ik weleens lastig vind is dat ik partners ook niets over elkaar mag vertellen. Als ik weet dat de een vreemdgaat en de ander komt met een soa bij me op spreekuur, dan mag ik daar niets over zeggen. Ik kan alleen suggereren waar bepaalde klachten vandaan zouden kunnen komen. Je kunt je voorstellen dat dat ook met familieleden weleens lastig is. Stel iemand heeft Alzheimer. Ik mag daarover in principe niets vertellen tegen de kinderen. Een oplossing is in zo’n geval om de kinderen te vragen mee te komen naar het spreekuur.’

Familie

Om het zichzelf niet onnodig moeilijk te maken, verwijst Tjitske haar eigen familie en bekenden dan ook liever door naar een andere huisarts. ‘Het is een persoonlijke keuze. Ik ken ook huisartsen die wel hun eigen familie in de spreekkamer krijgen. Maar ik wil een duidelijke scheiding tussen werk en privé. Ik wil niet iets weten van een familielid dat ik vervolgens niet mag delen met mijn vriend of de rest van de familie. En ik zou het mezelf niet vergeven als ik een verkeerde diagnose stel bij iemand met wie ik ook buiten de praktijk te maken heb. Natuurlijk denk ik weleens mee als een bekende ergens last van heeft. Maar nooit zonder te benadrukken dat ze voor een diagnose toch echt naar hun eigen huisarts moeten.’

Wissewasjes

Een standaard consult bij de huisarts duurt tien minuten. Als het echt nodig is kan een patiënt een dubbel consult aanvragen, twintig minuten dus. Maar liever heeft Tjitske dat patiënten met één klacht of vraag per keer komen. ‘Veel mensen sparen een aantal dingen op en willen dan alles in één keer bespreken. Dan kan ik niet garanderen dat je overal een goed antwoord op krijgt. Kom dus liever ook tussentijds langs als je ergens last van hebt of een vraag hebt. Dan heb ik genoeg tijd om je goed te adviseren. Maar ook weer niet voor elk wissewasje bellen, hoor! Vooral oudere mensen heb daar een handje van. Je kunt het ze ook niet kwalijk nemen. Ze zijn vaak eenzaam en zitten om een praatje verlegen. Dat is eigenlijk ook wel weer het mooie aan mijn werk. Je kunt mensen door alleen naar ze te luisteren of wat uitleg te geven al geruststellen en blij maken. Dat geeft veel voldoening.’

Tamar Klijsen