Ga naar de inhoud

'Samen moeten we ervoor zorgen dat iedereen zich betrokken voelt bij onze samenleving'

17 oktober 2018 Leestijd:

Paul Blokhuis
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

VWS-begrotingsbehandeling door staatssecretaris Paul Blokhuis

De aanbieding van de Rijksbegroting en de Miljoenennota voor het volgende jaar aan de Tweede Kamer gebeurt op Prinsjesdag. Later wordt de begroting in de Tweede Kamer behandeld. Afgelopen twee dagen is de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport  besproken. De fracties hebben al hun bevindingen en vragen gesteld en de staatssecretaris heeft daarop gereageerd. Dit is de spreektekst van staatssecretaris Paul Blokhuis. Een belangrijk document omdat je hierin zijn visie op de belangrijkste onderwerpen leest.

'Meneer de Voorzitter,

“Iedereen moet kunnen meedoen”. Dat is mijn belangrijkste drijfveer in alles wat ik hier doe. Maar meedoen is lang niet voor iedereen vanzelfsprekend. Hoe belangrijk meedoen is, beseffen we vaak pas wanneer we niet mee kunnen doen.

Daarom heb ik deze steen bij me. 

Het is een zwerfsteen.

Ik heb ‘m vorige week gekregen van een groep jongeren die ik ontmoette via Stichting Zwerfjongeren Nederland. Met deze steen vragen ze mij de positie van zwerfjongeren in Nederland onder de aandacht te brengen. Dat doe ik met heel mijn hart.

Ik draag deze steen maar heel even. 12.400 jongeren in ons land dragen elke dag een zware last. 12.400 jongeren zwerven. Ze missen heel veel kansen in het leven. Zij hebben geen woonruimte. Geen thuis. Meestal geen werk of opleiding. Vaak door botte pech, soms ook door eigen fouten, zoals ze zelf eerlijk toegeven. Feit is wel dat ze de weg kwijt zijn in een maatschappij die steeds complexer wordt. Toch verwachten we dat ze op hun 18e helemaal op eigen benen kunnen staan. ‘Belachelijk’, vinden ze zelf. Ik snap dat wel.

12.400 jongeren met eigen talenten. Allemaal jongeren die net als wij hopen dat ze een gelukkig en mooi leven kunnen hebben.

In een rijk en welvarend land als het onze zijn we het aan onze stand verplicht om af te rekenen met de problemen van deze jongeren.  

Ik ben ervan overtuigd dat het oplossen van de problemen van deze jongeren niet - per definitie - zit in nieuwe wetten, systemen en regels. Vaak is het gewoon ook een kwestie van je gezonde verstand gebruiken. Luisteren naar het verhaal en proberen het op te lossen. Dat sluit aan bij wat collega De Jonge heeft gezegd.

Maar we maken het deze jongeren wel verdraaid moeilijk vaak. Als ze geen briefadres hebben, dan kunnen ze het wel shaken als het gaat om allerlei voorzieningen. Bijstandsuitkering, zorgtoeslag. Want daar heb je een adres voor nodig. Maar als ze slapen bij vrienden op de bank dan hebben ze geen stabiele woonplek en dan heb je geen recht op voorzieningen want die stabiele woonplek is nodig voor allerlei voorzieningen zoals een bijstandsuitkering. Maar vaak ook voor schuldhulpverlening.

Eigenlijk hebben we het dan in ons land zo georganiseerd dat er op lokaal niveau wordt gezegd: je hebt een adres nodig om een adres te kunnen krijgen.

Dit soort cirkelredeneringen moeten we doorbreken. Daarvoor is een ander soort denken nodig. Een ander soort doen. Heel praktisch. We gaan de jongeren helpen. Gericht op wat een zwerfjongere in zijn of haar specifieke situatie nodig heeft om uit de shit te komen. Excuus voorzitter, dat is natuurlijk onparlementair taalgebruik. Maar het is wel precies hoe deze jongeren het zelf voelen en zeggen. Daarom start ik in 2019 het Actieprogramma Zwerfjongeren. Samen met gemeenten, betrokken organisaties en natuurlijk zwerfjongeren zelf en hun naasten.

Daarom heb ik deze zwerfsteen bij me.

Natuurlijk zal ik in het nieuwe Actieprogramma ook aandacht schenken aan de kwetsbare jongeren die, zoals mevrouw Bergkamp aangaf, tussen wal en schip vallen en die misschien in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang, beschermd wonen, verslavingszorg en GGZ-instellingen. Maar die nergens goed geholpen worden. Laten we samen er de schouders onder zetten, wij moeten die jongeren gaan helpen.

[Geestelijke Gezondheidszorg]

Voorzitter,

Iedereen moet kunnen meedoen. Dat is ook mijn drijfveer voor het breedste GGZ-akkoord dat ooit is gesloten. Heel veel partijen doen mee. Van gespecialiseerde hulp- en zorgverleners tot het sociale domein. Dat is een breed pallet van organisaties vanuit de gedachte de mens te zien als een mens. Een mens met vragen.

Het hoofdlijnenakkoord gaat over betere kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg, en ook het in de hand houden van de kosten.

Betere kwaliteit, dat is goed naar mensen luisteren. Hen de juiste hulp bieden, op de juiste plek. Collega Bruins heeft het er ook over gehad. Betere kwaliteit is ook niet lang moeten wachten. Daar zijn ook vragen over gesteld door mevrouw Van den Berg. Want wachten kan betekenen dat problemen zich opstapelen: baanverlies, schulden, relatieproblemen. Daarom pakken we de wachttijden aan.

De sector heeft het actieplan 2018-2019 opgesteld. Waarin heel concrete maatregelen staan opgesomd. Dat neem ik heel serieus. Dat gaat bijvoorbeeld over betere informatie en communicatie over de wachttijden. Via kiezenindeggz.nl waar nog dit jaar voor iedereen per aanbieder actuele informatie over wachttijden te vinden is.

Het plan gaat ook over zorgbemiddeling. En over goede oplossingen voor mensen met bijvoorbeeld autisme of een persoonlijkheidsstoornis. Dat zijn groepen mensen die te kampen hebben met de langste wachtlijsten. Partijen willen ook afspraken maken om patiënten die vastlopen door een veelvoud van ingewikkelde zorgvragen goed te helpen. Afspraken over regionale doorzettingsmacht.

Dit is allemaal niet vrijblijvend.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) checkt bij Vektis of aanbieders de wachtlijsten ook echt melden. De Zorgautoriteit gaat langs bij zorgverzekeraars om te kijken of ze zich maximaal inzetten om de wachtlijsten aan te pakken. De Inspectie IGJ maakt een vergelijkbare ronde bij GGZ-aanbieders. Op hun beurt hebben inspectie en de zorgautoriteit contact met elkaar als ze signalen oppakken. Dit gebeurt natuurlijk allemaal onder mijn regie. Ik hoop dat ook mevrouw Van den Berg dat herkent.

Eind 2018 rapporteert de NZa opnieuw over de stand van de wachttijden. Ik kan me voorstellen dat de heer De Lange daar net als ik naar uitkijkt. En ik vraag de partijen mij te informeren over de uitvoering van hun plan om die wachtlijsten verder terug te dringen. Uiteraard zal ik deze informatie naar uw Kamer sturen.

Daarnaast kan ik melden dat er in 2019 minimaal 350 extra opleidingsplaatsen bij komen voor meer gespecialiseerde zorgverleners op termijn. Juist om wachtlijsten weg te werken. Daarvoor is 20 miljoen euro beschikbaar.

Voorzitter,

Ik ben blij met het hoofdlijnenakkoord. De grote winst is dat we met dit akkoord kijken naar de samenhang tussen psychische aandoeningen en achterliggende problemen. Dat we mensen niet zien in hokjes, in losse loketten, of programma's. De grote winst is dat we kijken naar de mens in z’n geheel. Dat we kijken naar de samenhang.

Natuurlijk hebben sommige mensen een behandeling nodig in de GGZ. Die moet ook snel beschikbaar zijn. Maar velen zijn meer gebaat bij het gelijktijdig aanpakken van verschillende problemen. Bijvoorbeeld werkeloosheid, dakloosheid, en schulden. Of met het wegnemen van stigma’s die rusten op psychische aandoeningen. Zodat ze er makkelijker over kunnen praten, zich niet nagekeken voelen en in hun eigen omgeving kunnen blijven. Dat wil ik in het kader van de Hey-campagne doen.

Samenhang komt duidelijk tot uiting in de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

Voorzitter, tijdens mijn werkbezoeken heb ik gezien dat zorgverleners met veel compassie en door samenwerking mooie resultaten boeken. Ik weet dat Kamerleden ook vaak in de praktijk te vinden zijn. Maar misschien zou het goed zijn om eens samen te gaan.  

Samenwerking staat ook centraal bij zorg voor mensen met verward gedrag. Door het Schakelteam is er een beweging op gang gekomen waarbij woningcorporaties, de politie, het openbaar ministerie, de huisarts, de wijkteams en de GGZ elkaar weten te vinden en nauwer samenwerken. Dat is grote winst. En als het landelijk meldnummer er straks is, kan iedereen eenvoudig lokale hulp inschakelen. Als dat nodig is. Ik wil uw Kamer in het voorjaar van 2019 hierover informeren.

[LHBTI-jongeren]

Voorzitter,

Ik heb indrukwekkende gesprekken gevoerd met LHBTI-jongeren. Open gesprekken met getalenteerde en dappere jongeren die voor zichzelf en voor anderen opkomen. Tegelijk zijn ze ook kwetsbaar, want vaker dan anderen hebben zij te maken met negatieve reacties, pesten en geweld. Het aantal pogingen tot zelfdoding onder deze jongeren is ruim vier-en-half keer zo hoog als onder leeftijdsgenoten. Daar mogen we ons niet bij neerleggen. Daarom hebben we het ook opgenomen in het Regeerakkoord.

Ik werk met de jongeren aan een agenda van zaken die moeten worden opgelost. In de zorg, op school maar ook bij politie en justitie als ze bijvoorbeeld aangifte doen. Samen met Movisie en verschillende LHBTI-organisaties zoals COC en bijvoorbeeld Stichting Maruf, en ook 113 Zelfmoordpreventie en het ministerie van Onderwijs werken we aan een meerjarenproject. Dat draait om de vernieuwde website ‘Iedereen is anders’. Met het delen van ervaringsverhalen steunen we deze jongeren. En we vergroten de kennis bij jongeren in hun omgeving, hun ouders en professionals in de zorg en het onderwijs. Ook via de regionale aanpak suïcidepreventie is er ruim aandacht voor de risico’s die LHBTI-jongeren lopen. Zij moeten zichzelf kunnen zijn en kunnen meedoen in de samenleving. Daar zet ik mij van harte voor in.

[preventie]

Voorzitter,

Ik kom op een ander deel van mijn portefeuille: gezond leven en gezondheidsbescherming. Preventie. 

Ook daar geldt: iedereen moet kunnen meedoen.

En nu wil ik dus ontzettend graag losgaan over het Nationaal Preventieakkoord en daarmee ook verder ingaan op de vragen van mevrouw Akerboom. Maar de handrem zit er nog op, want de onderhandelingen zijn nog niet afgerond.

Wel kan ik u zeggen dat de grote kracht van het akkoord is dat veel partijen zich verbinden aan verregaande ambities, acties en maatregelen. Patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en -bonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties en natuurlijk wij als Rijk. Deze combinatie zorgt voor samenhang en verbinding. Ik zie dat er een brede beweging op gang komt.

Het Nationaal Preventieakkoord richt zich op drie zaken die een grote ziektelast veroorzaken: roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik.

De urgentie is groot. De impact van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik op onze gezondheid is enorm. Jaarlijks sterven zo’n 20.000 Nederlanders door roken. Overgewicht staat met stip op twee als de belangrijkste oorzaak van bijvoorbeeld hart- en vaatziekten en zelfs veertig procent van alle gevallen van diabetes type 2. Alcohol veroorzaakt jaarlijks zo’n 3000 gevallen van kanker en is de hofleverancier van de verslavingszorg.

Door juist met roken, alcohol en overgewicht aan de slag te gaan, kunnen we in deze kabinetsperiode vooruitgang boeken. Boven op alle goede initiatieven die er al zijn, kunnen we daarmee snel belangrijke stappen zetten om de gezondheid van Nederlanders te verbeteren. Van álle Nederlanders.

Dat is ontzettend belangrijk, want er zijn grote gezondheidsverschillen in ons land. We hebben er al vaker over gesproken. We weten dat mensen met een praktische opleiding en een laag inkomen zich achttien jaar langer ongezond voelen dan mensen met een theoretische opleiding en een hoger inkomen. En dat zij gemiddeld zeven jaar eerder sterven.

Ik vind die verschillen onacceptabel. Maar je leefstijl aanpassen of van je verslaving afkomen, dat is niet makkelijk. Acht van tien rokers wil het liefst stoppen met roken.

Met het Nationaal Preventieakkoord willen we mensen daarbij ondersteunen. Gezond kiezen makkelijker maken. Een onderwerp waar ik ook al eerder over gedebatteerd heb met de heer Veldman, mevrouw Dik en andere Kamerleden. Je gunt het iedereen om zo lang mogelijk gezond van het leven te genieten. Om zolang mogelijk te kunnen meedoen.

Ik zie ernaar uit het akkoord in november naar uw Kamer te sturen en er dan met u over door te praten.

[Drugs]

Ik deel natuurlijk de zorgen van de heer Van der Staaij over de schadelijke gevolgen van drugs. De strijd tegen drugs vergt een lange adem en het is ontzettend belangrijk om daarbij steeds in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Zo zien we in het Europees Drugsrapport uit 2018 dat er in Nederland een relatief hoog gebruik is van xtc en amfetamine. En we komen regelmatig grote hoeveelheden lege lachgaspatronen tegen op straat. Ik heb de Kamer deze zomer geïnformeerd dat we druk bezig zijn met preventie op scholen en gemeenten gericht op lachgas. Ik heb opdracht gegeven om te kijken of we er een schepje bovenop moeten doen. Op welke punten extra inzet wenselijk en nodig is in ons drugspreventiebeleid. Begin 2019 zal ik u over de uitkomst hiervan informeren.

Maar voorzitter,

Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Dat doen we onder andere met het Rijksvaccinatieprogramma. Daarmee houden we ernstige infectieziekten buiten de deur - mevrouw Sazias vroeg er aandacht voor. Het is ook het succes van het programma en van al die ouders en kinderen die er gehoor aan geven. Tegelijk is het succes ook een bedreiging.

Want met het nagenoeg verdwijnen van onder meer mazelen, rode hond en polio, lijkt het gevoel voor urgentie bij sommige ouders weg te zakken. Daarnaast zie je steeds meer tegenstrijdige informatie op social media. Het kan knap ingewikkeld zijn die informatie te wegen. Ik zou ouders daarin graag beter ondersteunen.

Binnenkort stuur ik uw Kamer een brief over wat ik eraan wil doen. Ik denk aan mogelijkheden voor gesprekken tussen ouders en professionals, bijvoorbeeld in de JGZ. Ook aan meer vraaggerichte en interactieve communicatie.

[Onbedoelde zwangerschappen]

Preventie is ook voorkomen dat meisjes en vrouwen onbedoeld zwanger raken. Een op de vijf vrouwen in ons land is dat ooit overkomen. Ik investeer de komende jaren 53 miljoen euro in het voorkomen van onbedoelde zwangerschappen en in passende ondersteuning voor vrouwen die dat toch overkomt. Het belang hiervan kwam ook naar voren in de bijdragen van mevrouw Bergkamp, mevrouw Ploumen en mevrouw Ellemeet en de heer Van der Staaij.

Ik heb uw Kamer eerder al geïnformeerd over het Zevenpuntenplan dat ik met een brede coalitie van veldpartijen heb opgesteld. Dat gaan we uitwerken. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat alle keuzehulpgesprekken moeten voldoen aan dezelfde objectieve kwaliteitscriteria. Die criteria ga ik op korte termijn vaststellen, zodat voor alle hulpverleners helder is waaraan ze moeten voldoen om voor financiering in aanmerking te kunnen komen vanaf 2019.

Mensen die aankloppen voor hulp moeten erop kunnen vertrouwen dat ze de juiste medische informatie krijgen. Onafhankelijke informatie.

Over het inrichten van het toezicht - daar zijn ook vragen over gesteld - ben ik met onze inspectie in gesprek. Want kwaliteitseisen moeten controleerbaar zijn.

Keuzevrijheid van vrouwen moet overal en altijd het uitgangspunt zijn en blijven.

Dat partijen vanuit verschillende missies of waarden werken, hoeft de kwaliteit niet in de weg te staan. Sterker nog, ik hecht eraan dat er wat te kiezen valt. Het moet wel helder zijn welke waarden een organisatie heeft. En deze waarden mogen nooit als doel worden gebruikt. Nooit sturend zijn.

Verder moet u bij kwaliteitseisen bijvoorbeeld denken aan minimale opleidings- en trainingseisen voor medewerkers en vrijwilligers. En dat aanbieders kunnen aantonen dat ze zelf een keten bieden van preventie, ondersteuning en zorg. Of daarvoor goed samenwerken met anderen. Ik sluit niet uit dat organisaties, op basis van objectieve kwaliteitscriteria, op z’n minst wel iets moeten aanpassen in hun manier van werken. Ook Siriz.

Ik zal deze criteria zo snel mogelijk naar de Kamer sturen, in ieder geval voor 1 december. In diezelfde brief zal ik ook aandacht besteden aan het voorstel van mevrouw Ellemeet en mevrouw Ploumen over de mogelijkheid van een landelijk telefoonnummer. Ik begrijp uw wensen goed, we zijn momenteel in gesprek met de veldpartijen. Ik wil heel serieus kijken hoe we met elkaar een optimale infrastructuur kunnen organiseren. Dat kan een landelijk telefoonnummer zijn, maar dat kan ook een ander vehikel zijn. In diezelfde brief zal ik dat voor 1 december aan de Kamer melden.

Voorzitter,

De afgelopen jaren lag de nadruk op het per jaar financieren van organisaties die deze hulp en ondersteuning bieden. Dat is voor niemand ideaal. Daarin maak ik nu een omslag. We gaan naar een nieuwe situatie waarin de nadruk ligt op het meerjarig en structureel financieren van de hulp en ondersteuning zelf, op basis van objectieve landelijke kwaliteitscriteria met toezicht van de inspectie. Dat doen we allemaal voor één doel. Elke vrouw die onbedoeld zwanger wordt, moet voor zichzelf de best afgewogen beslissing kunnen maken en daarbij – als dat nodig is - kunnen rekenen op de juiste onafhankelijke begeleiding. Welke beslissing ze ook neemt.

[Caribisch Nederland]  

Voorzitter,

We werken continu hard aan de zorg in het Caribisch deel van ons land. Mevrouw Diertens vraagt hier regelmatig aandacht voor. Begin komend jaar ben ik zelf weer in het gebied. Veel mensen zetten zich met veel passie in voor de zorg op de eilanden. Met het opzetten van de curatieve zorg zijn al goede vorderingen gemaakt. De komende tijd gaan we verder aan de slag met preventie en jeugd. Zo komt er een Sport- en Preventieakkoord voor de drie eilanden. Met daarin bijvoorbeeld afspraken over gezonde maaltijden voor kinderen en meer sportvoorzieningen. Daarmee willen we zoveel mogelijk inwoners bereiken. Zoveel mogelijk mensen laten meedoen. Daarin investeer ik 1 miljoen euro.

Meedoen is ontzettend belangrijk. Helemaal voor kinderen die niet thuis kunnen wonen. Daarom gaan we in het Caribisch deel van Nederland de leeftijd voor kinderen in de pleegzorg verlengen naar 21 jaar.

[Maatschappelijke diensttijd]

Tot slot, voorzitter, wil ik het hebben over maatschappelijke diensttijd. Daar hebben ook mevrouw Dik en de heer Slootweg aandacht voor gevraagd. De maatschappelijke diensttijd is meedoen door anderen te helpen meedoen. Dat draagt bij aan het versterken van een inclusieve samenleving. De eerste jongeren zijn na de zomer met proefprojecten aan de slag gegaan. Projecten zoals ‘Reddingsbrigade: ervaring voor het leven!’ In deze periode gaan alle 41 proefprojecten van de eerste lichting van start.

[slot]

Voorzitter, ik rond af. 

Komend jaar begint de viering van 75 jaar vrijheid. We herdenken dan eerst de bevrijding van zuidelijk Nederland. De rest van Nederland en Nederlands-Indie volgen een jaar later. Ook de Caribische delen van het Koninkrijk hebben de gevolgen van de oorlog ondervonden. Om de vrijheid te blijven vieren stel ik 3,5 miljoen euro beschikbaar aan onder andere het Nationaal Comité, de Pleisterplaats voor de Indische en Molukse gemeenschap en de stichting 75 jaar vrijheid. Dat komt boven op de 3 miljoen voor herinneringscentra. Ik zal nog een nader te bepalen bedrag toevoegen voor educatieve projecten.

Voorzitter,

De vrijheid waarin we 75 jaar leven is voor iedereen van onschatbare waarde. Die koesteren we en beschermen we. Vrijheid moeten we onderhouden. Samen moeten we ervoor zorgen dat iedereen zich betrokken voelt bij onze samenleving. Dat mensen zich er niet van afkeren omdat ze het gevoel hebben er niet toe te doen.

Met elkaar zorgen we voor een samenleving waarin we oog hebben voor alle mensen. Een samenleving waarin we uitgaan van gelijkwaardigheid. Waarin we mensen helpen die er zelf niet uitkomen. Een inclusieve samenleving, waarin iedereen kan meedoen. Wie je ook bent, waar je ook woont. Alleen dan plukken we optimaal de vruchten van 75 jaar vrijheid.

Dank u wel!